Geef de bakplaat de tijd om goed op temperatuur te komen. Dik staal neemt warmte langzaam op, maar houdt die daarna ook lang vast. Dat is precies waarom een plaat van 1,2 centimeter zo prettig kookt: als er iets koud op komt te liggen, zakt de temperatuur nauwelijks.
Hoe lang duurt het?
Dat hangt af van het hout, de hoeveelheid vuur, de wind en de buitentemperatuur. Een vast aantal minuten geven we daarom bewust niet. Begin ruim op tijd met stoken en kijk naar de plaat, niet naar de klok.
Drie manieren om het te zien
- Het druppeltje water. Laat een paar druppels water op de plaat vallen. Sissen ze rustig weg, dan is de plaat warm. Rollen ze als kleine balletjes over de plaat, dan is hij heet.
- Je hand op afstand. Houd je hand een eind boven de plaat. Moet je hem snel terugtrekken, dan is dat deel heet genoeg om dicht te schroeien.
- Een infraroodthermometer. Wil je het precies weten, dan meet je de oppervlaktetemperatuur op verschillende plekken. Je ziet dan meteen het verschil tussen het midden en de rand.
Leg eerst de dingen op de plaat die het langst nodig hebben. Groenten en brood kunnen later op de rustigere rand.
Bronnen
- Harold McGee, On Food and Cooking (Scribner, 2004): bruiningsreacties, vetten en oliën




