Het vuur brandt onder het midden van de plaat. Daar is het staal het heetst. Naar de rand toe wordt het steeds rustiger, omdat de warmte onderweg ook aan de lucht wordt afgegeven. Zo heb je op één plaat eigenlijk drie kookplaatsen.
De drie zones
- Het midden: dichtschroeien en snel bakken. Steak, smashburgers, garnalen.
- De middenring: rustig garen. Groenten, kip in stukjes, worst die nog even door moet.
- De rand: warm houden en laten rusten. Brood, gebakken vlees dat even moet rusten, sauzen in een pannetje.
Meerdere gerechten tegelijk
- Begin met wat het langst duurt, in de middenring.
- Schuif klaar eten naar de rand, zodat het warm blijft zonder verder te garen.
- Gebruik het hete midden pas aan het eind voor wat snel moet: dan komt alles tegelijk op tafel.
Let op de wind: aan de kant waar de wind vandaan komt, koelt de plaat iets sneller af.




