Een blok hout verbrandt niet in één keer. Het gaat in drie stappen.
- Drogen. Eerst verdampt het water dat nog in het hout zit. Dat kost warmte. Nat hout sist, rookt veel en brandt slecht.
- Vlammen. Als het hout heet genoeg wordt, komen er gassen uit vrij. Die gassen branden: dat zijn de vlammen die je ziet.
- Gloeien. Wat overblijft is houtskool. Dat brandt zonder grote vlammen, maar gloeit lang en geeft veel stralingswarmte. Daarna blijft er alleen as over.
Daarom stook je het liefst met droog, onbehandeld hout. Dan gaat er minder warmte verloren aan verdampen en ontstaat er minder rook.
Bronnen
- Harold McGee, On Food and Cooking (Scribner, 2004): bruiningsreacties, vetten en oliën
- Rijksoverheid, Overlast houtrook voorkomen of verminderen




